Zorg

Samen leren samenleven

GO! Basisschool Zavelput is een fijne familiale Nederlandstalige Brusselse school in een groene omgeving met een enthousiast team. We hebben een vierdaagse schoolweek, op woensdag is er geen les maar hebben we wel opvang en workshops. Via ons leesproject werken we aan een sterke taalvaadigheid en via ijsbergrekenen werken we aan leerlingen die inzicht verwerven in wiskunde. Daarnaast vinden we het belangrijk dat leerlingen zich goed voelen en ruimte krijgen om te kunnen groeien.

Ijsbergrekenen

Enkele jaren geleden zijn we gestart met ijsbergrekenen om het wiskundig inzicht van de leerlingen te verhogen.  Momenteel wordt er ijsbergrekenen aangebracht vanaf de kleuterschool tot en met het 3de leerjaar.  Volgend schooljaar start het 4de leerjaar met ijsbergrekenen.

Hierbij een woordje uitleg over de IJsbergdidactiek.

In het onderwijs wordt relatief veel aandacht besteed aan het maken en inoefenen van sommen. Kinderen hebben echter veel kennis en vaardigheden nodig om een som te kunnen maken. Rekenmoeilijkheden (zoals één voor één blijven tellen, omkerings- en automatiseringsmoeilijkheden) zijn meestal te wijten aan het ontbreken van de onderliggende rekenvaardigheden.

De aanpak van het IJsbergrekenen sluit nauw aan bij de basisprincipes van de rekendidactiek: van concreet, over schematisch (of picturaal) naar het abstracte formele ‘rekenen’ met getallen.

Het rekenen kan met een ijsberg worden vergeleken. Sommen zijn slechts het topje van de ijsberg. Net als bij een echte ijsberg, bevindt het belangrijkste deel zich onder de oppervlakte. Het topje komt boven door het drijfvermogen van wat onder water zit.

Kale sommen kun je alleen begrijpen en oplossen als je kennis en veel vaardigheden hebt opgedaan. Er worden in het rekenproces vier didactische lagen onderscheiden die kinderen stapsgewijs moeten doorlopen om tot goed rekeninzicht te komen. Een zorgvuldige overgang van de ene naar de andere didactische laag waarbij de linken voortdurend worden gelegd tussen de verschillende lagen van de ijsberg zijn essentieel om een goed wiskundig inzicht te verwerven.

In de onderste laag maken kinderen in een inleefbare situatie kennis met het uiterlijk en de functie van getallen, bewerkingen, verhoudingen … Wiskundige handelingen worden met concrete materialen uitgevoerd. Het materiaal is zichtbaar en telbaar.

In de tweede laag wordt inhoud en structuur aan de werkelijkheid gegeven.

Kinderen ontdekken materialen die de concrete werkelijkheid symboliseren. Kinderen met rekenmoeilijkheden hebben soms moeite om de overgang te maken van de concrete werkelijkheid (vader, moeder en 2 kinderen bij de bus) naar de symbolisering hiervan (bv 4 blokjes). Ze ervaren  ook het voordeel van gestructureerde aantallen ten opzichte van ongestructureerde hoeveelheden.

Het symboliseren van de werkelijkheid en het aanbrengen van een zinvolle structuur zijn wezenlijke stappen in het denkproces. In deze fase van het leerproces doen kinderen ontdekkingen wat betreft wiskundige eigenschappen en patronen.

In de derde laag wordt de werkelijkheid gerepresenteerd door getallen. Op het niveau van getalrelaties worden de onderlinge verhoudingen tussen getallen ontdekt. De getalbeelden zijn geautomatiseerd en hoeven niet meer aanwezig te zijn. De getallen hebben de lading gekregen van een gestructureerde hoeveelheid. Ze kunnen ook getallen zien als samenstellingen van andere getallen.

Deze drie lagen vormen samen het drijfvermogen.

Uiteindelijk worden rekenbewerkingen in de vierde fase alleen nog met symbolen uitgebeeld. Het niveau van de formele bewerkingen noemen we de ‘top van de ijsberg’.

In deze fase vindt het automatiseren en memoriseren van sommen plaats. Deze laatste zullen vlotter verlopen omdat ze kunnen terugvallen hun kennis van de bouwstenen van getallen.

Wereldoriëntatie

Visie : wereldoriëntatie

Zienswijze : 

Deze visie wordt opgebouwd na:

  •       Bespreking met de PDB en het schoolteam betreffende de horizontale en verticale leerlijnen.  (zie schoolafspraken verschillende domeinen van WO)
  •       Deze visie is een referentiekader van BS Zavelput op WO na doorgronden van het leergebied. 

De bouwstenen : 

  •       Zavelput wil ieder kind binnen het domein WO laten proeven van:
    •       4 inhoudelijke bouwstenen
    •       6 didactische bouwstenen van WO      
  •  
  • 4 inhoudelijke bouwstenen
  • WO is opvoedend (ik groei)
  • WO brengt vaardigheden bij (ik leer)
  • WO brengt specifieke vaardigheden bij (ik kan)
  • WO brengt kennis van zichzelf en de wereld bij (ik weet)
 
  •  6 Didactische bouwstenen/6 algemene pedagogisch-didactische wenken
  •       Beleving en verwondering centraal stellen
  •       Vragen, interesse en talenten als uitgangspunt nemen
  •       Actief, interactief en constructief “leren” mogelijk maken
  •       Bewust kiezen voor thematisch en systematisch leren
  •       Samenhang garanderen
  •       Mens en maatschappij als centraal referentiepunt nemen

Het team staat achter de visie volgens het leerplan (volgorde van de inhoudelijke bouwstenen). Maar het team is zich bewust dat ze de verhouding gaan moeten bijsturen. We besteden soms meer tijd aan kennis dan bv aan vaardigheden. We laten de lessen binnen de domeinen thematisch en systematisch aan bod te laten komen. We trachten de evenredigheid te bewaken in ons aanbod.

 Visie van het leerplan: Na bespreking van de groepen komen wij met het team ook tot deze volgorde tijdens de pedagogische studiedag. De belangrijkste bouwsteen staat bovenaan. 

Speerpunten:

Vertrekkende vanuit de 6 didactische bouwstenen van het GO vindt het team de volgende 4 speerpunten belangrijk: 

  • Actief, interactief en constructief leren
  • Link met eigen interesses en vragen
  • Beleving en verwondering:
  • Mens en maatschappij als centraal referentiepunt: dit is een groeikans. 

In de lessenroosters, worden er van kleuters tot 6de leerjaar wekelijks WO-lessen voorzien. 

In de lagere school wordt daarbij rekening gehouden met de minimum-maximaal aantal lestijden per week:

  •       1ste graad: min. 4 lestijden, max. 7 lestijden
  •       2de graad: min. 5 lestijden, max. 7 lestijden
  •       3de graad: min. 5 lestijden, max. 7 lestijden

Als basis voor dit alles gebruiken we het Leerplan WO van het GO! 

Evaluatie: 

Nieuwe vormen van brede evaluatie gaan we onderzoeken en uitwerken. 

  •       Ik weet: Toetsen
  •       Ik kan: Brevetten/ blinkmuur, diploma’s bij het bereiken van een groepje doelen. 
  •       Ik leer: Algemene vaardigheden
  •       Ik groei: De attitudes in een groeirapport

 

Wat dienen we dan volgens dit leerplan te bereiken voor het leergebied Wereldoriëntatie?

  • De kennis van de kinderen:
  •       Helpen verruimen
  •       Verdiepen
  •       Inzichtelijk te maken
  • De kinderen vaardigheden laten verwerven om goed met zichzelf, de omgeving, anderen en de wereld om te gaan
  • Bij de kinderen een kritische houding ontwikkelen tegenover zichzelf, de anderen en de wereld om hun heen

 

Gelijklopend op schoolniveau:

  • Een graduele opbouw dient bewaakt te worden via
  •       De uit te bouwen en op te stellen verticale leerlijnen die door iedere leerkracht dient gevolgd te worden.
  •       De doelstellingen die gespecifieerd zijn voor WO
  •       Het evaluatiesysteem volgens de 4 luiken 
  • De lkr heeft binnen het domein WO de mogelijkheid : 
  •       Eigen lessen te maken met de keuze voor de werk- , inoefen- , synthese- en evaluatieblaadjes waarbij de basiskennis aansluit bij de leerplandoelen.
  •       Zelf materialen te gebruiken (concreet of illustraties) 
  •       Observaties en uitstappen maken
  •       Informatie op te zoeken via internet en andere bronnen

 

Bij de kleuters : 

  •       Bij de kleuters worden de verschillende domeinen van WO geïntegreerd in het algemene klasgebeuren. De domeinen van WO worden zowel thematisch:
  •       Mijn lichaam/ziek zijn
  •       Gevoelens
  •       De boerderij
  •       Het bos
  •       De lente
  •       Verkeer
  •       …
  •       Als systematisch (repetitief) aangeboden:
  •       Regels en afspraken
  •       De kalenders (het weer, de daglijn, de dagen van de week,…)
  •       Of wanneer we merken dat na een thema een aantal kleuters bepaalde basisvaardigheden of -kennis nog niet onder de knie hebben.
  •       Ruimtelijke oriëntatie
  •       We gaan de kinderen leren : 
  •       Exploreren en experimenteren met al hun zintuigen
  •       Al doende te leren.
  •       Gericht waarnemen
  •       Kritisch zijn
  •       Verwoorden
  •       Probleemoplossend denken (trial en error)
  •       Samenwerken
  •       Technieken ontdekken en toepassen
  •       Plannen
  •       Waarbij beleving en verwondering centraal staat en waarbij we vertrekken vanuit de leefwereld van het kind. 
  •       We doen dit door te werken via : 
  •       Klassikale waarnemingen
  •       Waarnemingen in kleine groep.
  •       Ontdekhoek/ontdekdozen
  •       Hoekenwerk
  •       Klassikale of individuele instructie
  • Het verruimen van hun leefwereld dmv een wandeling doorheen de schoolbuurt, op verkenning in de natuur/ het bos, musea-bezoeken,… 
  •       We bieden de lessen WO 
  •       Op een speelse wijze aan met een breed aanbod van materialen.
  •       Waarbij de leefwereld centraal staat.

 

In de Lagere school :

  •       In de lagere vertrekken we ook vanuit het  Leerplan WO
  •       De lessen worden daar opgebouwd 
  •       vanaf het eerste leerjaar tot het zesde leerjaar
  •       Deze worden:
  •       Thematisch aangeboden
  •       Explorerend aangeboden
  •       Waarnemend aangeboden
  •       à met zelfstandig werk en verbetering 
  •       ook cursorisch aangeboden
  •       Per domein 
  •       Wordt er een leerlijn schoolspecifieke afspraken uitgewerkt. 
  •       Worden er naast het cognitieve ook de vaardigheden, attitude en het “zijn” geëvalueerd.
  •       Nieuwe vormen van evaluatie:
  •       Gaan we onderzoeken. 
  •       Gaan we uitwerken 
  •       Gaan we aanbieden aan de leerlingen.
  •       Opnemen in de visie: Breed – evalueren. 
  •       Een specifieke handleiding en werkboek worden er niet gebruikt
  •        Wouw wordt als try-out uitgeprobeerd
  •       Vanuit het LP worden de bronnen
  •       Het eigen schooldomein 
  •       De (ruime)omgeving
  •       Dingen uit de leefwereld van de kinderen
  •       Illustraties en bronnenboeken (media)
  •       Wouw en eigen lessen of andere handleidingen (oude Mundo)  wordt door sommigen als hulpmiddel gebruikt
  •       Aanvullende leerstof maken
  •       Aanvullende informatie
  •       Beginsituatie
  •       Evaluatie
  •       Remediëring
  •       Verdieping
  •       De lkrn maken hun eigen lessen of thema’s per domein of geïntegreerd. 

 

Supplementaire werkvormen : 

We laten onze kinderen ook leren: 

  •       Van en door elkaar
  •       Aansluiten bij de leergebied overschrijdende eindtermen:
  •       sociale vaardigheden
  •       media gebruiken 
  •       ILC

 

 Zodoende wordt ook:

  •       Het zelfstandig opzoekingswerk toegepast
  •       De zelfcontrole via verbetersleutels toegepast
  •       De peer tutoring toegepast
  •       De media-controle en het gebruik ervan toegepa

 

Bijlage:

De 5 domeinen van WO met hun rubrieken :

Mens en maatschappij 

Natuur 

Techniek 

1.1 Ik en de anderen 

1.2 Ik en de groep 

1.3 Ik en de samenleving 

1.4 Ik als consument 

1.5 Ik en de media 

2.1 Algemene vaardigheden en attitudes 

2.2 Planten 

2.3 Dieren 

2.4 Ecosystemen 

2.5 Het menselijk lichaam 

2.6 Niet-levende natuur 

2.7 Gezondheidseducatie 

2.8 Milieueducatie 

3.1 Algemene vaardigheden en attitudes 

3.2 Techniek begrijpen 

3.3 Techniek hanteren – Tech-nische systemen maken 

3.4 Techniek hanteren – Tech-nische systemen gebruiken 

3.5 Techniek duiden 

4 Tijd 

5 Ruimte 

4.1 Dagelijkse tijd – Begrippen van tijdsaanduiding en tijdsindeling 

4.2 Dagelijkse tijd – Ordenen van de tijd 

4.3 Dagelijkse tijd – Plannen in de tijd 

4.4 Dagelijkse tijd – De tijd meten – de klok lezen 

4.5 Historische tijd 

5.1 Ruimtebeleving, ruimtelijke oriëntatie en kaartvaardigheid – Lichaamsoriëntatie 

5.2 Ruimtebeleving, ruimtelijke oriëntatie en kaartvaardigheid – Ruimtebegrippen gebruiken 

5.3 Ruimtebeleving, ruimtelijke oriëntatie en kaartvaardigheid – Oriëntatie in de werkelijke ruimte 

5.4 Ruimtebeleving, ruimtelijke oriëntatie en kaartvaardigheid – Oriëntatie in de voorgestelde ruimte 3D 

5.5 Ruimtebeleving, ruimtelijke oriëntatie en kaartvaardigheid – Oriëntatie in de voorgestelde ruimte 2D 

5.6 Ruimtebeleving, ruimtelijke oriëntatie en kaartvaardigheid – Andere kaartvaardigheden en kaartkennis 

5.7 Topografische kennis 

5.8 Landschappen – Ruimtelijke ordening 

5.9 Verkeer en mobiliteit 

 

Leren leren

Leren-leren begint al bij de jongste kleuters. Ze leren al doende en spelend door elkaar na te bootsen en zelfstandig te handelen. Ze leren omgaan met taakjes en bewust hun spel kiezen. De kleuters leren omgaan met taakspanning.

  • Vrij exploreren en experimenteren
  • Contractwerk
  • Een eenvoudig stappenplan ‘lezen’
  • Passende afbeeldingen opzoeken in informatieve boeken en hierover vertellen. 
  • Informatieve media/filmpjes 
  • Zoek opdrachten tijdens een museum of buitenschools bezoek.

Leren is een levenslang proces (leren, instructies krijgen, tricks en tips krijgen, inoefenen, evalueren, remediëren, her-evalueren,…)

Kinderen vormen is een ruim begrip, het omvat:

  •       Kennis 
  •       Inzichten
  •       Vaardigheden
  •       Doelen
  •       Verschillende vormen van evaluatie 

Het is belangrijk om kinderen hierin te stimuleren. 

De vaardigheden en attitudes hebben betrekking op: 

  •       De leerhouding
  •       Het reguleren van de eigen denk- en leerprocessen 
  •       De uitvoering 

Streefdoel van « leren leren »

  •       Vaardig worden in het verwerven en verwerken van informatie.
  •       Strategieën bedenken, ontwikkelen en inoefenen om een probleem aan te pakken.
  •       Goede leerhoudingen ontwikkelen.

Onze visie op “leren leren” steunt op de overtuiging:

  •       Dat leren een actief en constructief proces is:
  •       Het ontwikkelen van een manier van aanpakken
  •       Opzoek gaan naar oplossingsstrategieën
  •       Attitudes 

  • Leerlingen leveren een actieve inspanning om te:
  •       Analyseren, concretiseren, verbanden te leggen, interpreteren, synthetiseren, abstraheren, evalueren, integreren en transfereren. 

De eindtermen “leren leren” 

  •       Zelfstandig nieuwe kennis en vaardigheden verwerven 
  •       Zelfstandig  problemen oplossen
  •       Toepassen in uiteenlopende situaties
  •       De school reikt deze leergebied overschrijdende eindtermen aan in : 
  •       Dagdagelijks leren.
  •       Gevarieerde leersituaties met leerinhouden uit verschillende leergebieden.
  •       vertrekken vanuit de ervaringen van de leerlingen zelf.
  •       Ondersteuning van het schoolse leren
  •       Effectief kunnen leren in iedere leersituatie


Verschillende fases om dit te bereiken : 

  1. Fase van de leerhoudingen: De leerhouding van het kind

De leerhouding is de totale betrokkenheid van dat kind.

Leren is niet alleen ‘weten en strategieën toepassen maar ook willen, durven en voelen.

à Eindtermen op het ontwikkelen van leerhoudingen worden beïnvloed door :

– dynamische componenten : 

  •       durf, uithouding, inzet 
  •       à goed resultaat

– affectieve componenten : 

  •       angst, stress 
  •       à remmen het leerproces 

Hoe werkt Zavelput hieraan?

Voortbouwen op :

  •       Het leren en de kennis die ze vergaarden.
  •       De ervaringen over zichzelf. 
  •       Het eigen leerproces.

Ondersteunende sleutelvragen: 

  •       Wie ben ik?
  •       Wat doe ik graag?     
  •       Welke zijn mijn werkpunten? 
  •       Hoe is mijn werkhouding? 
  •       Waarmee heb ik het moeilijk? 
  •       Hoe leer ik het gemakkelijkst?
  •       …


Deze en andere vragen is een rode draad doorheen ons verdere leven. 

de kinderen “leren” zich “al lerend” ontdekken. 

Welke doelen stellen we ons als Zavelput-onderwijsinstelling?

  •       Wij vinden het belangrijk dat:

  •       Leerlingen op het einde van de lagere school een zicht krijgen op hun eigen intelligenties en hierdoor een bewuste studiekeuze maken.
  •       Intelligentie is een ‘eigen pakket’ van mogelijkheden en vaardigheden dat ons controle geeft op de wereld en de wereld leert te begrijpen. Het is ook belangrijk dat kinderen ervaren dat iedere “intelligentie” van jezelf evenwaardig is. 
  •       Bv: Je kan  goed zijn in het oplossen van een ingewikkeld wiskundig probleem, maar ben je dan ook even sterk in het oplossen van een ernstige ruzie?
  •       Beide aspecten zijn heel belangrijk in onze maatschappij.

  1. Fase van de zelfregulering: planning en aanpassingsvermogen van het kind

Eindtermen op het reguleren van de eigen denk- en leerprocessen zijn gericht op :

–  eigen leer- en denkprocessen plannen 

→ eigen activiteiten plannen en organiseren

–  eigen leer- en denkprocessen bewaken en controleren 

→ eigen planning respecteren

– eigen leer- en denkprocessen bijsturen 

→  resultaat bereikt? 

+ eigen leerproces bijsturen

Bij leren leren is het belangrijk dat kinderen hun eigen leer-en denkprocessen:

  •       kunnen en willen plannen
  •       bewaken
  •       controleren en bijsturen.

Dit is een cognitieve methode en het leert kinderen bewust de eigen handelingen te sturen.

De vier basisstappen:

  1.       Ik denk: WAT moet ik doen?
  2.       Ik plan: HOE ga ik het doen?
  3.       Ik voer mijn plan uit: ik DOE mijn werk!
  4.       Ik EVALUEER: Ik ben klaar, wat vind ik ervan?

  1. Fase van de uitvoering: Alle mogelijke manieren van informatie verwerving en verwerking. 

– Eindtermen voor de uitvoering zijn gericht op :

  •       Het leren van losse gegevens en het verwerken en verwerven van losstaande feiten, symbolen, pictogrammen, …
  •       Het gebruik van verschillende soorten informatiebronnen 
  •       Samenhangende informatie verwerven en verwerken: informatie verkennen, analyseren, verbanden leggen, structureren, verwerken, memoriseren en gebruiken
  •       Problemen oplossen: situaties op een systematische manier oplossen. 

à  begrip probleem in de ruimste betekenis van het woord

à bv: leesproblemen, rekenproblemen, aanpassingsproblemen, opzoekproblemen, taalproblemen, constructieproblemen,…..

  • Werken aan :
  •       Verwerken van informatie en leerstof
  •       Integreren van de vier stappen uit de zelfinstructiemethode in verschillende situaties
  •       Toepassen van werkwijzen, procedures en strategieën:
  •       Leren waarnemen.     
  •       Symbolen, feiten, ervaringen in het geheugen opslaan en reproduceren.
  •       Relaties leggen tussen gegevens
  •       Met oefening technieken vlot toepassen
  •       Algemene problemen oplossen